App als je thuis bent
Het is zo’n zin die mijn vriendinnen en ik automatisch zeggen als we doei zeggen, ergens op een fietspad na een avond samen. Soms fietsen ze nog een stukje met me mee, ook al is dat niet de snelste route. Het is niet praktisch, maar het voelt logisch. Samen fietsen is veiliger dan alleen.
Als we bij mijn huis zijn, is er altijd dat moment. Ga ik naar binnen of fiets ik nog even mee terug? Zij blijft vaak nog even staan tot ik binnen ben, en dat voelt fijn. Maar tegelijk schiet er ook iets anders door mijn hoofd. Want wat als er op haar terugweg iets gebeurt? Had ik dan niet met haar mee moeten gaan, net zoals zij met mij deed?
Het is zo’n raar schuldgevoel eigenlijk. Niet omdat er iets is gebeurd, maar omdat je je realiseert wat er allemaal zou kunnen gebeuren. En hoe je het ook bekijkt: uiteindelijk is er altijd iemand die alleen terugfietst.
Ik zeg nog een keer “App je als je thuis bent?” Waarop zij antwoord ‘’Ja, doe ik.’’
Het bericht daarna is meestal kort: “Thuis.” Soms blijft het ook stil. Dan merk ik dat ik telkens weer op mijn telefoon kijk, alsof dat het bericht sneller kan laten komen. En als het te lang duurt, check ik even de locatie, gewoon om zeker te weten dat ze thuis is. Pas dan leg ik mijn telefoon weg. En dan is er opluchting, omdat ik zie dat ze veilig thuis is.
En toch blijft dat gevoel hangen, zo’n gedachte die je niet echt kwijtraakt. Dat we dit elke keer tegen elkaar zeggen, zegt eigenlijk al genoeg. Niet omdat het zo bijzonder is, maar omdat het blijkbaar nodig is.
Ik hoop dat mijn vriendinnen veilig thuiskomen, dat niemand ze volgt, dat hun sleutelbos gewoon een sleutelbos blijft en geen wapen tussen hun vingers hoeft te worden. Dat de straat echt stil is, en niet zo’n stilte waarin ze toch net iets te vaak achteromkijken.
Het zou zo normaal moeten zijn om zonder spanning naar huis te gaan, zonder dat stemmetje in je hoofd dat allerlei scenario’s afspeelt.
Gewoon veilig.
Maar tot het zover is, blijven we het tegen elkaar zeggen.
App je als je thuis bent?
En toch blijft dat gevoel hangen, zo’n gedachte die je niet echt kwijtraakt. Dat we dit elke keer tegen elkaar zeggen, zegt eigenlijk al genoeg. Niet omdat het zo bijzonder is, maar omdat het blijkbaar nodig is.
Ik hoop dat mijn vriendinnen veilig thuiskomen, dat niemand ze volgt, dat hun sleutelbos gewoon een sleutelbos blijft en geen wapen tussen hun vingers hoeft te worden. Dat de straat echt stil is, en niet zo’n stilte waarin ze toch net iets te vaak achteromkijken.
Het zou zo normaal moeten zijn om zonder spanning naar huis te gaan, zonder dat stemmetje in je hoofd dat allerlei scenario’s afspeelt.
Gewoon veilig.
Maar tot het zover is, blijven we het tegen elkaar zeggen.
App je als je thuis bent?
Het is zo’n zin die mijn vriendinnen en ik automatisch zeggen als we doei zeggen, ergens op een fietspad na een avond samen. Soms fietsen ze nog een stukje met me mee, ook al is dat niet de snelste route. Het is niet praktisch, maar het voelt logisch. Samen fietsen is veiliger dan alleen.
Als we bij mijn huis zijn, is er altijd dat moment. Ga ik naar binnen of fiets ik nog even mee terug? Zij blijft vaak nog even staan tot ik binnen ben, en dat voelt fijn. Maar tegelijk schiet er ook iets anders door mijn hoofd. Want wat als er op haar terugweg iets gebeurt? Had ik dan niet met haar mee moeten gaan, net zoals zij met mij deed?
Het is zo’n raar schuldgevoel eigenlijk. Niet omdat er iets is gebeurd, maar omdat je je realiseert wat er allemaal zou kunnen gebeuren. En hoe je het ook bekijkt: uiteindelijk is er altijd iemand die alleen terugfietst.
Ik zeg nog een keer “App je als je thuis bent?” Waarop zij antwoord ‘’Ja, doe ik.’’
Het bericht daarna is meestal kort: “Thuis.” Soms blijft het ook stil. Dan merk ik dat ik telkens weer op mijn telefoon kijk, alsof dat het bericht sneller kan laten komen. En als het te lang duurt, check ik even de locatie, gewoon om zeker te weten dat ze thuis is. Pas dan leg ik mijn telefoon weg. En dan is er opluchting, omdat ik zie dat ze veilig thuis is.