Wat wil je later worden?

Wat wil je later worden?

Het is zo’n vraag die bijna vanzelf wordt gesteld. Op school, tijdens een gesprek of op een verjaardag. Alsof er een duidelijk antwoord is dat je ‘gewoon’ even moet geven.

Maar hoe vaker ik erover nadenk, hoe vreemder die vraag eigenlijk is.

Alsof je één ding moet kiezen wat je voor de rest van je leven moet doen. Alsof je op je zestiende, zeventiende of achttiende al moet beslissen welke versie van jezelf je voor altijd wordt. Dokter. Advocaat. Leraar. Alsof je een label krijgt dat nooit meer verandert.

Alleen zo werkt het niet.

Mensen veranderen. Wat je nu interessant vindt, kan over een paar jaar totaal anders zijn. Iemand die nu zeker weet dat hij dokter wil worden, kan later ontdekken dat hij liever iets creatiefs doet. Of juist iets technisch. Of misschien iets wat nu nog helemaal niet eens bestaat. Want de wereld verandert sneller dan onze antwoorden op die ene vraag.

Misschien ligt het probleem niet bij het feit dat mensen het antwoord niet weten, maar bij de vraag zelf.

“Wat wil je worden?” is eigenlijk te simpel voor iets dat zo groot als je toekomst.

Vergeet nooit dat voordat je denkt aan wat je wilt worden, je al iemand bent.

Dat wordt vaak vergeten. Het lijkt soms alsof je pas meetelt als je al precies weet wat je wilt worden of een duidelijk beroep hebt. Maar je bent nu al iemand, met interesses, talenten en dingen waar je energie van krijgt. Je hoeft niet eerst ‘iets te worden’ om belangrijk te zijn.

Misschien zouden we beter kunnen vragen:

“Wat wil je uitproberen?”

of

“Waar ben je nieuwsgierig naar?”

Dat geeft ruimte om dingen te ontdekken in plaats van meteen een vaste keuze te maken. De meeste veranderen van richting, proberen dingen uit, gaan soms een stap terug en vinden dan iets nieuws.

Ik denk niet dat mijn toekomst in één antwoord past.

Ik denk dat ik verschillende dingen ga doen, sommige die werken en sommige die dat niet doen. En dat ik onderweg steeds beter ontdek wat bij me past.

En misschien is dat gewoon beter dan nu al doen alsof ik precies weet wat ik later wil worden.

Misschien zouden we beter kunnen vragen:

“Wat wil je uitproberen?”

of

“Waar ben je nieuwsgierig naar?”

Dat geeft ruimte om dingen te ontdekken in plaats van meteen een vaste keuze te maken. De meeste veranderen van richting, proberen dingen uit, gaan soms een stap terug en vinden dan iets nieuws.

Ik denk niet dat mijn toekomst in één antwoord past.

Ik denk dat ik verschillende dingen ga doen, sommige die werken en sommige die dat niet doen. En dat ik onderweg steeds beter ontdek wat bij me past.

En misschien is dat gewoon beter dan nu al doen alsof ik precies weet wat ik later wil worden.

Wat wil je later worden?

Het is zo’n vraag die bijna vanzelf wordt gesteld. Op school, tijdens een gesprek of op een verjaardag. Alsof er een duidelijk antwoord is dat je ‘gewoon’ even moet geven.

Maar hoe vaker ik erover nadenk, hoe vreemder die vraag eigenlijk is.

Alsof je één ding moet kiezen wat je voor de rest van je leven moet doen. Alsof je op je zestiende, zeventiende of achttiende al moet beslissen welke versie van jezelf je voor altijd wordt. Dokter. Advocaat. Leraar. Alsof je een label krijgt dat nooit meer verandert.

Alleen zo werkt het niet.

Mensen veranderen. Wat je nu interessant vindt, kan over een paar jaar totaal anders zijn. Iemand die nu zeker weet dat hij dokter wil worden, kan later ontdekken dat hij liever iets creatiefs doet. Of juist iets technisch. Of misschien iets wat nu nog helemaal niet eens bestaat. Want de wereld verandert sneller dan onze antwoorden op die ene vraag.

Misschien ligt het probleem niet bij het feit dat mensen het antwoord niet weten, maar bij de vraag zelf.

“Wat wil je worden?” is eigenlijk te simpel voor iets dat zo groot als je toekomst.

Vergeet nooit dat voordat je denkt aan wat je wilt worden, je al iemand bent.

Dat wordt vaak vergeten. Het lijkt soms alsof je pas meetelt als je al precies weet wat je wilt worden of een duidelijk beroep hebt. Maar je bent nu al iemand, met interesses, talenten en dingen waar je energie van krijgt. Je hoeft niet eerst ‘iets te worden’ om belangrijk te zijn.