Waar begin je als alles nieuw is?
De eerste stagedag voelt als een groot vraagteken. Ik weet wanneer ik er moet zijn, maar wat er precies gaat gebeuren, blijft onduidelijk.
Ik loop naar binnen met een glimlach die hopelijk zelfverzekerder oogt dan dat ik me voel. Ik stel mezelf voor, probeer de namen die terugkomen te onthouden, terwijl de vragen al door mijn hoofd gaan: past deze plek bij mij? Zien ze dat ik zenuwachtig ben? Vinden ze mij wel leuk? Ondertussen gaat het werk beginnen. Ik klap mijn laptop open, scroll wat doelloos door de website van school en probeer mezelf een beetje nuttig te voelen terwijl iedereen om me heen al druk bezig is.
En dan begint het wennen. Namen die ik niet kan onthouden. Grapjes waarvan ik de context mis. De lunchpauze waarin ik nog zoekend rondkijk waar ik het beste kan gaan zitten.
Het lastigste van alles vind ik misschien wel het ontbreken van structuur. Op school krijg je een planning. Een duidelijke opdracht. Hier niet. Hier is er ruimte. Veel ruimte. En in plaats van rust geeft die ruimte mij in het begin vooral onrust. Wat wordt er van mij verwacht en doe ik wel genoeg?
Na de eerste week dringt het besef door: niemand gaat mij precies vertellen wat ik moet doen. Ik zal zelf de structuur moeten creëren. Dat betekent initiatief nemen en vragen stellen ondanks de angst dat ze dom lijken.
Misschien is dat juist de les van die eerste weken: dat je niet meteen alles hoeft te weten, dat je mag zoeken, mag twijfelen, en dat structuur soms iets is wat je zelf moet creëren. Ik loop nog steeds niet helemaal zeker rond, maar ik merk dat mijn vertrouwen langzaam groeit. En voor nu is dat voor deze eerste weken al genoeg.
Na de eerste week dringt het besef door: niemand gaat mij precies vertellen wat ik moet doen. Ik zal zelf de structuur moeten creëren. Dat betekent initiatief nemen en vragen stellen ondanks de angst dat ze dom lijken.
Misschien is dat juist de les van die eerste weken: dat je niet meteen alles hoeft te weten, dat je mag zoeken, mag twijfelen, en dat structuur soms iets is wat je zelf moet creëren. Ik loop nog steeds niet helemaal zeker rond, maar ik merk dat mijn vertrouwen langzaam groeit. En voor nu is dat voor deze eerste weken al genoeg.
De eerste stagedag voelt als een groot vraagteken. Ik weet wanneer ik er moet zijn, maar wat er precies gaat gebeuren, blijft onduidelijk.
Ik loop naar binnen met een glimlach die hopelijk zelfverzekerder oogt dan dat ik me voel. Ik stel mezelf voor, probeer de namen die terugkomen te onthouden, terwijl de vragen al door mijn hoofd gaan: past deze plek bij mij? Zien ze dat ik zenuwachtig ben? Vinden ze mij wel leuk? Ondertussen gaat het werk beginnen. Ik klap mijn laptop open, scroll wat doelloos door de website van school en probeer mezelf een beetje nuttig te voelen terwijl iedereen om me heen al druk bezig is.
En dan begint het wennen. Namen die ik niet kan onthouden. Grapjes waarvan ik de context mis. De lunchpauze waarin ik nog zoekend rondkijk waar ik het beste kan gaan zitten.
Het lastigste van alles vind ik misschien wel het ontbreken van structuur. Op school krijg je een planning. Een duidelijke opdracht. Hier niet. Hier is er ruimte. Veel ruimte. En in plaats van rust geeft die ruimte mij in het begin vooral onrust. Wat wordt er van mij verwacht en doe ik wel genoeg?